26 · Writing A2
De gezondheid
Writing goal
What you should be able to write
Schrijf een bericht aan de huisarts. U wilt een afspraak.
- Noem uw klachten.
- Zeg sinds wanneer.
- Vraag om een afspraak.
Turn every task bullet into at least one complete sentence.
Practise this topic →Vocabulary
Topic vocabulary
Learn nouns with their article and verbs with a short example.
Show all words45
- de gezondheid
- health
- de huisarts
- general practitioner
- de dokter
- doctor
- de tandarts
- dentist
- de apotheek
- pharmacy
- de drogist
- chemist / drugstore
- het medicijn
- medicine
- de pil
- pill
- het recept
- prescription
- de patiënt
- patient
- de verpleegkundige
- nurse
- het ziekenhuis
- hospital
- de ambulance
- ambulance
- de EHBO
- first aid
- de afspraak
- appointment
- het spreekuur
- consultation hours
- de verzekering
- insurance
- de zorgverzekering
- health insurance
- de pijn
- pain
- de koorts
- fever
- de griep
- flu
- de verkoudheid
- cold
- de ziekte
- illness
- de behandeling
- treatment
- de operatie
- operation
- de controle
- check-up
- innemen
- to take medicine
- behandelen
- to treat
- verzorgen
- to care for
- herstellen
- to recover
- rusten
- to rest
- bewegen
- to move / exercise
- gezond
- healthy
- ziek
- ill
- Wat is er aan de hand?
- What is the matter?
- Ik heb koorts.
- I have a fever.
- Ik voel me niet goed.
- I do not feel well.
- Hoe vaak moet ik dit medicijn innemen?
- How often should I take this medicine?
- Ik wil een afspraak maken met de huisarts.
- I would like to make an appointment with the GP.
- medicijnen geven
- to give medicines. Dutch example: De verpleegkundige geeft de patiënt medicijnen.
- medicijnen meenemen
- to take medicines along. Dutch example: Neem uw medicijnen mee naar de afspraak.
- gaan liggen
- to lie down. Dutch example: Ga op de onderzoeksbank liggen.
- een afspraak doorgeven
- to pass on appointment details. Dutch example: Geef de datum van uw afspraak door.
- een recept ophalen
- to collect a prescription. Dutch example: Ik haal het recept bij de huisarts op.
- bloed afnemen
- to draw blood. Dutch example: De verpleegkundige neemt bloed af.