01 · Writing A2
Het huis
Writing goal
What you should be able to write
U heeft een kapotte verwarming in uw woning. Schrijf een e-mail aan de verhuurder.
- Zeg wie u bent en waar u woont.
- Leg uit wat er kapot is.
- Vraag wanneer iemand kan komen.
Turn every task bullet into at least one complete sentence.
Practise this topic →Vocabulary
Topic vocabulary
Learn nouns with their article and verbs with a short example.
Show all words44
- het huis
- house
- de woning
- home / dwelling
- het appartement
- apartment
- de kamer
- room
- de woonkamer
- living room
- de slaapkamer
- bedroom
- de badkamer
- bathroom
- de keuken
- kitchen
- het toilet / de wc
- toilet
- de gang
- hallway
- de tuin
- garden
- het balkon
- balcony
- de deur
- door
- het raam
- window
- de vloer
- floor
- de muur
- wall
- het dak
- roof
- de trap
- stairs
- de lift
- lift / elevator
- de sleutel
- key
- de verwarming
- heating
- de meubels
- furniture
- de huur
- rent
- de huurprijs
- rental price
- de verhuurder
- landlord
- de buurman / buurvrouw
- male / female neighbour
- wonen
- to live
- huren
- to rent
- verhuizen
- to move house
- schoonmaken
- to clean
- repareren
- to repair
- kapot
- broken
- comfortabel
- comfortable
- dichtbij
- nearby
- op de begane grond
- on the ground floor
- Er is ...
- There is ...
- Er zijn ...
- There are ...
- Ik woon in ...
- I live in ...
- de sleutel op tafel leggen
- to put the key on the table. Dutch example: Ik leg de sleutel op tafel.
- de stoel bij het raam zetten
- to put the chair by the window. Dutch example: Ik zet de stoel bij het raam.
- de lamp ophangen
- to hang up the lamp. Dutch example: Wij hangen de lamp boven de tafel op.
- de doos in de gang neerzetten
- to put the box down in the hallway. Dutch example: Zet de doos in de gang neer.
- de brief op tafel neerleggen
- to put the letter down on the table. Dutch example: Leg de brief op tafel neer.
- de sleutel aan de verhuurder geven
- to give the key to the landlord. Dutch example: Ik geef de sleutel aan de verhuurder.