16 · Speaking A2
Uitgaan
Speaking goal
What you should be able to say
U wilt met een vriend uitgaan. Kiest u een film, restaurant of concert? Waarom?
- Kies één activiteit.
- Zeg wanneer u gaat.
- Leg uit waarom u die activiteit kiest.
Do not memorise the sample answer. Follow the plan and use your own details.
Practise this topic →Vocabulary
Topic vocabulary
Learn nouns with their article and verbs with a short example.
Show all words42
- uitgaan
- to go out
- het restaurant
- restaurant
- het café
- café
- de bioscoop
- cinema
- het theater
- theatre
- het concert
- concert
- het museum
- museum
- het park
- park
- het attractiepark
- theme park
- de discotheek
- nightclub
- het terras
- terrace
- de menukaart
- menu
- de rekening
- bill
- de reservering
- reservation
- de ober
- waiter
- de serveerster
- waitress
- de film
- film
- de muziek
- music
- de voorstelling
- performance
- de tentoonstelling
- exhibition
- de artiest
- artist / performer
- het publiek
- audience
- reserveren
- to reserve
- bestellen
- to order
- optreden
- to perform
- zingen
- to sing
- dansen
- to dance
- genieten
- to enjoy
- interessant
- interesting
- spannend
- exciting
- saai
- boring
- vol
- full
- leeg
- empty
- Ik wil een tafel reserveren.
- I would like to reserve a table.
- Hoe laat begint de film?
- What time does the film start?
- Zullen we ...?
- Shall we ...?
- de jas ophangen
- to hang up the coat. Dutch example: Ik hang mijn jas bij de ingang op.
- een bestelling doorgeven
- to give, pass on an order. Dutch example: Wij geven onze bestelling aan de ober door.
- de rekening vragen
- to ask for the bill. Dutch example: Ik vraag de ober om de rekening.
- een drankje aan iemand geven
- to give someone a drink. Dutch example: De ober geeft ons twee drankjes.
- de tas meenemen
- to take the bag along. Dutch example: Ik neem mijn tas mee naar de bioscoop.
- een stoel neerzetten
- to put a chair down. Dutch example: De medewerker zet een extra stoel neer.