← Topic bank

24 · Writing A2

Beroep en werk

Writing goal

What you should be able to write

U bent ziek en kunt niet werken. Schrijf een e-mail aan uw werkgever.

  1. Zeg dat u ziek bent.
  2. Noem wanneer u weer contact opneemt.
  3. Vraag wat u moet doen.

Turn every task bullet into at least one complete sentence.

Practise this topic →

Vocabulary

Topic vocabulary

45 cards

Learn nouns with their article and verbs with a short example.

Show all words45
het beroep
occupation
het werk
work
de baan
job
de vacature
vacancy
de sollicitatie
job application
de sollicitatiebrief
application letter
het cv
CV / résumé
het contract
contract
het salaris
salary
het loon
wage
het inkomen
income
de werkgever
employer
de werknemer
employee
de collega
colleague
de baas
boss
de manager
manager
het uitzendbureau
employment agency
de ervaring
experience
de opleiding
training / education
de werktijd
working hours
fulltime
full-time
parttime
part-time
tijdelijk
temporary
vast
permanent
zelfstandig
self-employed / independent
werkloos
unemployed
werken
to work
solliciteren
to apply for a job
verdienen
to earn
vervangen
to replace
beginnen
to start
stoppen
to stop
de dokter
doctor
de chauffeur
driver
de verkoper
salesperson
de kapper
hairdresser
Ik werk als ...
I work as ...
Ik heb ervaring met ...
I have experience with ...
Ik zoek een baan als ...
I am looking for a job as ...
een opdracht geven
to give an assignment. Dutch example: De manager geeft mij een nieuwe opdracht.
informatie doorgeven
to pass on information. Dutch example: Ik geef de informatie aan mijn collega door.
spullen meenemen
to take things along. Dutch example: Neem uw werkkleding mee.
materiaal neerzetten
to put materials down. Dutch example: Zet het materiaal in het magazijn neer.
een collega helpen
to help a colleague. Dutch example: Ik help mijn collega met de taak.
loon krijgen
to receive wages. Dutch example: Ik krijg mijn loon aan het einde van de maand.