09 · Writing A2
Groente en fruit
Writing goal
What you should be able to write
Schrijf een kort advies voor een vriend die meer groente wil eten.
- Geef twee voorbeelden van groente.
- Zeg wanneer hij of zij die kan eten.
- Geef één praktische tip.
Turn every task bullet into at least one complete sentence.
Practise this topic →Vocabulary
Topic vocabulary
Learn nouns with their article and verbs with a short example.
Show all words42
- de groente
- vegetables
- het fruit
- fruit
- de aardappel
- potato
- de tomaat
- tomato
- de komkommer
- cucumber
- de sla
- lettuce
- de wortel
- carrot
- de paprika
- bell pepper
- de ui
- onion
- de spinazie
- spinach
- de broccoli
- broccoli
- de bloemkool
- cauliflower
- de appel
- apple
- de banaan
- banana
- de peer
- pear
- de druif
- grape
- de sinaasappel
- orange
- de citroen
- lemon
- de aardbei
- strawberry
- de kiwi
- kiwi
- de ananas
- pineapple
- een kilo
- one kilo
- een pond
- half a kilo
- een gram
- one gram
- wegen
- to weigh
- rijp
- ripe
- vers
- fresh
- rood
- red
- groen
- green
- geel
- yellow
- zoet
- sweet
- zuur
- sour
- gezond
- healthy
- ongezond
- unhealthy
- Ik wil graag een kilo ...
- I would like one kilo of ...
- Mag ik ...?
- May I have ...?
- groente in de mand leggen
- to put vegetables in the basket. Dutch example: Leg de groente in de mand.
- fruit op de weegschaal zetten
- to put fruit on the scales. Dutch example: Zet het fruit op de weegschaal.
- een appel aan iemand geven
- to give someone an apple. Dutch example: Ik geef mijn kind een appel.
- tomaten pakken
- to pick up tomatoes. Dutch example: Pak vier rijpe tomaten.
- boodschappen meenemen
- to take the groceries along. Dutch example: Neem de groente en het fruit mee.
- aardappels schillen
- to peel potatoes. Dutch example: Ik schil de aardappels.