← Topic bank

22 · Writing A2

Een woning zoeken

Writing goal

What you should be able to write

Schrijf een e-mail aan een verhuurder over een woning die u zag.

  1. Zeg in welke woning u geïnteresseerd bent.
  2. Vraag of u kunt komen kijken.
  3. Noem wanneer u kunt.

Turn every task bullet into at least one complete sentence.

Practise this topic →

Vocabulary

Topic vocabulary

44 cards

Learn nouns with their article and verbs with a short example.

Show all words44
de woning
home / dwelling
het appartement
apartment
de flat
flat
de kamer
room
de huur
rent
de huurprijs
rental price
de verhuurder
landlord
de huurder
tenant
de makelaar
estate agent
de eigenaar
owner
het huurcontract
rental contract
de borg
deposit
de servicekosten
service charges
de hypotheek
mortgage
kopen
to buy
huren
to rent
verhuren
to let
bezichtigen
to view a property
inschrijven
to register
verhuizen
to move
opknappen
to renovate
verbouwen
to remodel
schilderen
to paint
de buurt
neighbourhood
de locatie
location
het balkon
balcony
de tuin
garden
de garage
garage
de centrale verwarming
central heating
de elektriciteit
electricity
de waterleiding
water supply
gemeubileerd
furnished
beschikbaar
available
te huur
for rent
te koop
for sale
Hoeveel is de huur?
How much is the rent?
Zijn huisdieren toegestaan?
Are pets allowed?
Wanneer kan ik de woning bezichtigen?
When can I view the property?
de sleutel krijgen
to receive the key. Dutch example: Na betaling krijg ik de sleutel.
het contract tekenen
to sign the contract. Dutch example: Ik teken het huurcontract.
meubels neerzetten
to put furniture in place. Dutch example: Wij zetten de meubels in de woonkamer neer.
dozen uitpakken
to unpack boxes. Dutch example: Na de verhuizing pak ik de dozen uit.
een lamp ophangen
to hang up a lamp. Dutch example: De verhuurder hangt een lamp op.
de borg betalen
to pay the deposit. Dutch example: Ik betaal de borg vóór de sleuteloverdracht.