21 · Speaking A2
De computer
Speaking goal
What you should be able to say
Uw computer werkt niet vlak voor een belangrijke afspraak. Wat is het probleem en wat doet u?
- Beschrijf het probleem.
- Zeg wat u al probeerde.
- Vertel wie u om hulp vraagt.
Do not memorise the sample answer. Follow the plan and use your own details.
Practise this topic →Vocabulary
Topic vocabulary
Learn nouns with their article and verbs with a short example.
Show all words45
- de computer
- computer
- de laptop
- laptop
- de tablet
- tablet
- de telefoon
- phone
- het scherm
- screen
- het toetsenbord
- keyboard
- de muis
- mouse
- de printer
- printer
- de oplader
- charger
- de batterij
- battery
- het internet
- internet
- de website
- website
- de e-mail
- het e-mailadres
- email address
- het wachtwoord
- password
- de app
- app
- het bestand
- file
- de bijlage
- attachment
- de kopie
- copy
- het programma
- program
- inloggen
- to log in
- uitloggen
- to log out
- openen
- to open
- sluiten
- to close
- opslaan
- to save
- verwijderen
- to delete
- downloaden
- to download
- uploaden
- to upload
- versturen
- to send
- ontvangen
- to receive
- registreren
- to register
- installeren
- to install
- aanzetten
- to switch on
- uitzetten
- to switch off
- kapot
- broken
- langzaam
- slow
- Ik kan niet inloggen.
- I cannot log in.
- Kunt u mij helpen?
- Could you help me?
- Ik stuur het bestand als bijlage.
- I am sending the file as an attachment.
- de laptop neerzetten
- to put the laptop down. Dutch example: Zet de laptop op een stevige tafel neer.
- de oplader aansluiten
- to connect the charger. Dutch example: Sluit de oplader op de laptop aan.
- een bestand doorsturen
- to forward a file. Dutch example: Ik stuur het bestand naar mijn collega door.
- de telefoon meenemen
- to take the phone along. Dutch example: Neem uw telefoon mee naar de afspraak.
- een wachtwoord invoeren
- to enter a password. Dutch example: Voer uw wachtwoord opnieuw in.
- op een knop drukken
- to press a button. Dutch example: Druk op de groene knop.