← Topic bank

20 · Speaking A2

De politiek

Speaking goal

What you should be able to say

Er zijn verkiezingen. Waar zoekt u informatie en wat vindt u belangrijk?

  1. Zeg waar u informatie zoekt.
  2. Noem één onderwerp dat belangrijk is.
  3. Zeg waarom dat onderwerp belangrijk is.

Do not memorise the sample answer. Follow the plan and use your own details.

Practise this topic →

Vocabulary

Topic vocabulary

44 cards

Learn nouns with their article and verbs with a short example.

Show all words44
de politiek
politics
de democratie
democracy
de monarchie
monarchy
de grondwet
constitution
het parlement
parliament
de Tweede Kamer
House of Representatives
de Eerste Kamer
Senate
de regering
government
de minister
minister
de minister-president
prime minister
de koning
king
de gemeente
municipality
de provincie
province
de burgemeester
mayor
de inwoner
resident
de verkiezing
election
de politieke partij
political party
de kiezer
voter
de stem
vote
de wet
law
het recht
right
de plicht
duty
de vrijheid
freedom
de belasting
tax
de meerderheid
majority
de minderheid
minority
stemmen
to vote
kiezen
to choose / elect
verbieden
to prohibit
toestaan
to allow
protesteren
to protest
onderhandelen
to negotiate
voor
in favour of
tegen
against
nationaal
national
internationaal
international
Ik mag stemmen.
I am allowed to vote.
Een wet bepaalt dat ...
A law states that ...
een stem uitbrengen
to cast a vote. Dutch example: Kiezers brengen hun stem uit.
een handtekening zetten
to put a signature. Dutch example: Zet uw handtekening op het formulier.
informatie geven
to give information. Dutch example: De gemeente geeft informatie over de verkiezing.
een vraag stellen
to ask a question. Dutch example: Een inwoner stelt een vraag aan de burgemeester.
een besluit nemen
to make a decision. Dutch example: De gemeenteraad neemt een besluit.
een formulier invullen
to fill in a form. Dutch example: Vul het formulier volledig in.