← Topic bank

23 · Speaking A2

Het onderwijs

Speaking goal

What you should be able to say

Welke opleiding wilt u later doen? Wat heeft u daarvoor nodig?

  1. Noem de opleiding.
  2. Zeg waarom u die wilt doen.
  3. Noem wat u nog moet leren of regelen.

Do not memorise the sample answer. Follow the plan and use your own details.

Practise this topic →

Vocabulary

Topic vocabulary

42 cards

Learn nouns with their article and verbs with a short example.

Show all words42
het onderwijs
education
het basisonderwijs
primary education
het voortgezet onderwijs
secondary education
het beroepsonderwijs
vocational education
de basisschool
primary school
de middelbare school
secondary school
de hogeschool
university of applied sciences
de universiteit
university
de opleiding
course / programme
de studie
study
de student
student
de docent
teacher / lecturer
de les
lesson
het vak
subject
het niveau
level
het examen
exam
het tentamen
university exam
het resultaat
result
het diploma
diploma
het certificaat
certificate
de opdracht
assignment
het onderzoek
research
de kennis
knowledge
de stage
internship
het college
lecture / class
studeren
to study
slagen
to pass
zakken
to fail
rekenen
to calculate
een cursus volgen
to take a course
zich voorbereiden op
to prepare for
leerplichtig
of compulsory school age
intensief
intensive
Ik volg een opleiding ...
I am following a programme ...
Ik heb examen op ...
I have an exam on ...
Ik wil later ...
Later I want to ...
uitleg geven
to give an explanation. Dutch example: De docent geeft uitleg over de opdracht.
een vraag stellen
to ask a question. Dutch example: Ik stel een vraag tijdens de les.
antwoord geven
to give an answer. Dutch example: Geef een kort en duidelijk antwoord.
boeken meenemen
to take books along. Dutch example: Neem uw boeken mee naar het college.
een opdracht inleveren
to hand in an assignment. Dutch example: Ik lever de opdracht vrijdag in.
een diploma krijgen
to receive a diploma. Dutch example: Na de opleiding krijg ik een diploma.