← Все темы

Тема 1

1. Samenleven in Nederland — sociaal leven en samenleven

1. Samenleven in Nederland — sociaal leven en samenleven

← Terug naar de inhoudsopgave

Overzicht van het onderwerp: feestdagen → familiegelegenheden → afspraken → communicatie → relaties en gezinnen → organisaties en vrijwilligerswerk.

Wat je voor het examen moet kunnen

Je moet veelvoorkomende Nederlandse gebruiken herkennen, weten wat je in alledaagse sociale situaties doet, wettelijke relatievormen kunnen onderscheiden en weten dat discriminatie verboden is. In het vernieuwde KNM ligt de nadruk op begrijpen hoe de samenleving werkt, niet op het kopiëren van één zogenaamd juiste leefstijl.

1. Feest- en herdenkingsdagen

Niet iedereen viert elke feestdag. Religieuze, familiale en culturele tradities verschillen. Sommige dagen zijn toch in heel het land zichtbaar doordat instellingen gesloten zijn, vlaggen worden uitgehangen, markten worden gehouden of openbare plechtigheden plaatsvinden.

Dag Wanneer Belangrijkste punt om te onthouden
Valentijnsdag 14 februari Een dag van de liefde; kaarten en kleine cadeaus.
Carnaval Februari of maart Verkleden en dansen; vooral gebruikelijk in het zuiden.
Pasen Zondag en maandag in maart/april Christelijke feestdag en familiedag in de lente; eieren en een extra vrije dag op maandag.
Eid al-Fitr / Suikerfeest na de ramadan Islamitisch feest na een maand vasten; familie, vrienden en zoet eten.
Koningsdag 27 april De verjaardag van de koning; oranje kleding, vrijmarkten en vlaggen.
Dodenherdenking 4 mei Twee minuten stilte om 20:00 uur; herdenking van oorlogsslachtoffers; 's avonds hangt de vlag halfstok.
Bevrijdingsdag 5 mei De bevrijding in 1945 en de waarde van vrijheid.
Moederdag tweede zondag in mei Cadeaus voor moeders.
Hemelvaart een donderdag in mei Christelijke feestdag; veel mensen zijn vrij.
Pinksteren zondag en maandag in mei/juni Christelijke feestdag; maandag is meestal een vrije dag.
Vaderdag derde zondag in juni Cadeaus voor vaders.
Keti Koti 1 juli Herdenking van de afschaffing van de slavernij; Surinaamse cultuur, muziek en kleding.
Sinterklaas 5 december, vooral 's avonds Cadeaus voor kinderen en vaak ook voor volwassenen met familie of vrienden.
Kerstmis 25 en 26 december Kerst; familie, eten, een boom en twee feestdagen.
Oud en nieuw 31 december en 1 januari Het oude jaar eindigt en het nieuwe begint; oliebollen en soms vuurwerk.

Vlag en volkslied

Geheugensteun: 4 mei = herdenken, 5 mei = vrijheid.

2. Familiegelegenheden

Verjaardag

Huwelijk en samenwonen

Geboorte van een baby

Slagen voor een examen

Overlijden

3. Afspraken en op tijd komen

Mensen in Nederland maken zowel formele als informele afspraken meestal van tevoren.

Formele afspraken

Voorbeelden: huisarts, tandarts, ziekenhuis, gemeente, sollicitatiegesprek, de school van een kind of een werkoverleg.

Bij het maken van een afspraak moet je kunnen:

  1. uitleggen wie je wilt spreken en waarom;
  2. je achternaam zeggen en spellen;
  3. je geboortedatum, adres of andere gevraagde gegevens geven;
  4. de datum, tijd, plaats en naam van de persoon noteren;
  5. op tijd komen.

Als je te laat zult zijn of niet kunt komen, bel of stuur dan een bericht. Je moet meestal van tevoren afzeggen, vaak ten minste 24 uur voor de afspraak. Voor een gemiste afspraak, bijvoorbeeld bij de tandarts, kun je toch een rekening krijgen.

Informele afspraken

Afspreken met vrienden of familie gebeurt meestal via een bericht. Als je niet weet of er eten bij de afspraak hoort, vraag het dan direct.

4. Directheid en diversiteit

Nederlanders kunnen direct zijn: zij kunnen eerlijk zeggen dat ze niet kunnen komen of kritische feedback geven. Directheid betekent niet automatisch onbeleefdheid; meestal wordt een rustige en duidelijke reactie verwacht.

Het is onjuist om te denken dat alle Nederlanders hetzelfde zijn. Gewoonten en opvattingen verschillen naar leeftijd, regio, stad of dorp, cultuur, opleiding, religie en politiek.

Als je een gewoonte niet kent:

Handige vragen gaan bijvoorbeeld over of je een cadeau moet meenemen, of er eten wordt geserveerd, of een partner is uitgenodigd, of schoenen uit moeten en hoe lang je blijft.

5. Relaties en gezinsvormen

Alleen wonen

Iemand kan alleenstaand, gescheiden, weduwe of weduwnaar, tijdelijk zelfstandig zijn of een latrelatie hebben — een relatie waarbij partners ieder een eigen woning houden.

Samenwonen met een partner

Vorm Hoe het werkt
Huwelijk Huwelijk; rechten en plichten zijn wettelijk vastgelegd.
Geregistreerd partnerschap Geregistreerd partnerschap; bijna dezelfde wettelijke rechten en plichten als een huwelijk.
Samenlevingscontract Het stel legt zelf afspraken over samenwonen vast.
Samenwonen zonder contract Samenwonen zonder formele afspraken; uit elkaar gaan kan praktische problemen geven.

Op officiële formulieren kan naar je burgerlijke staat worden gevraagd: gehuwd, geregistreerd partnerschap, gescheiden of ongehuwd.

Gezinnen

Rechten van lhbtiq+-personen

6. Organisaties, verenigingen en vrijwilligerswerk

In je vrije tijd kun je lid worden van:

Je kunt lid worden of vrijwilligerswerk doen: kinderen coachen, helpen op school, koffie schenken in een buurthuis of mensen bezoeken via een geloofsorganisatie.

Voordelen van vrijwilligerswerk:

Begrippen die vaak worden verward

Begrippen Verschil
Gefeliciteerd / Gecondoleerd Felicitaties bij een blije gebeurtenis / medeleven na een overlijden.
Huwelijk / geregistreerd partnerschap Beide zijn wettelijk geregeld; een geregistreerd partnerschap is bijna gelijk aan een huwelijk, maar heeft een andere naam.
Samenlevingscontract / gewoon samenwonen Bij het eerste zijn afspraken opgeschreven; bij het tweede niet.
Formele / informele afspraak Een formele afspraak vraagt precieze gegevens en strikter op tijd komen; een informele afspraak wordt vaak via een bericht gemaakt.
Directheid / onbeleefdheid Een direct antwoord kan normaal zijn, maar respect en een rustige toon blijven belangrijk.

Veelvoorkomende examenvallen

Actief ophalen

  1. Wat gebeurt er op 4 mei om 20:00 uur?
  2. Welke kleuren heeft de Nederlandse vlag?
  3. Wat nemen bezoekers normaal mee naar een verjaardag of na een geboorte?
  4. Wat kun je zeggen nadat iemand is overleden?
  5. Wat moet je noteren voor een formele afspraak?
  6. Wat moet je doen als je te laat zult zijn?
  7. Waarin verschilt een geregistreerd partnerschap van een samenlevingscontract?
  8. Wat is een latrelatie?
  9. Kunnen twee vrouwen wettelijk trouwen?
  10. Waarom kan vrijwilligerswerk een nieuwkomer helpen?
Antwoorden
  1. Twee minuten stilte voor oorlogsslachtoffers; 's avonds hangt de vlag halfstok.
  2. Rood, wit en blauw.
  3. Meestal een klein cadeau; een kraambezoek wordt van tevoren afgesproken.
  4. Gecondoleerd of Veel sterkte.
  5. De datum, tijd, plaats en persoon; ook de reden en gevraagde persoonsgegevens.
  6. Bel of stuur zo vroeg mogelijk een bericht.
  7. Een geregistreerd partnerschap is wettelijk bepaald en bijna gelijk aan een huwelijk; een samenlevingscontract bevat afspraken die het stel zelf maakt.
  8. Een relatie waarin partners in aparte woningen wonen.
  9. Ja.
  10. Het biedt taaloefening, ervaring, een netwerk en deelname aan de samenleving.

Gebaseerd op hoofdstuk 1 van het boek, gedrukte pagina's 13–34.